Basiliek Bouwkundig

BOUWKUNDIGE ASPECTEN ST.-GEORGIUSBASILIEK

  • Architect: Wolter te Riele Gzn (1867-1937)
  • Aannemer: Karel M.Spoor uit Almelo
  • Aanneemsom fl 87.000,= [± € 40.000,=].(d.d. 25-2-1901)
    exclusief toren
  • Eerste spade in de grond op 28-2-1901.
  • De eerste steen werd gelegd op 30-4-1901 en een op perkament gekalligrafeerde oorkonde werd in een koperen bus bij de steen ingemetseld.
  • Consecratie van de kerk 2-7-1902
  • De toren (aanneemsom fl 18.000,= [± € 8.200,=]) werd in 1903 opgeleverd.
  • De St.-Georgius is een niet georiënteerde driebeukige kruisbasiliek met vóór de middenbeuk één toren, ingesloten door nevenruimtes. Aan de westkant van het driedelige koor bevindt zich de dagkapel, die tot 1980 als sacristie dienst deed. Thans is deze ruimte omgebouwd tot dagkapel.
  • lengte met inbegrip toren 54,85 meter
  • binnenwerkse breedte schip 18,25 meter
  • binnenwerkse breedte middenschip 8,75 meter
  • binnenwerkse breedte dwarsschip 28,85 meter
  • kruin van de gewelven van de middenbeuk ligt 16,50 meter boven de vloer
  • nagenoeg alle delen van het gebouw zijn opgetrokken van rode baksteen
  • andere gebruikte steensoorten: rode zandsteen o.a. bij kapitelen; gele zandsteen o.m. voor basementen van zuilen; gele baksteen is aangewend voor o.a. diagonale ribben.
  • Het interieur is volledig gepleisterd op constructieve en sieronderdelen na.
  • Door een ingenieuze gewelfoplossing boven de zijbeuktraveeën heeft de architect kunnen afzien van een lichte drager tussen de zuilen van de middenbeuk. Zo werd vanuit de zijbeuken een meer vrij uitzicht op het altaar verkregen
  • Koor, middenbeuk en dwarsschip worden gedekt door even hoge, elkaar kruisende zadeldaken.
  • De kapellen ter weerszijden van het koor gaan schuil onder tentdaken, de van schoudergevels voorziene dagkapel heeft een zadeldak en de zijbeuken hebben lessenaardaken. De ruimten ter weerszijde van de toren hebben verschillende bekappingen
  • Toren heeft een hoogte van 73 meter en bestaat uit vier vierkante geledingen van verschillende hoogte, van elkaar gescheiden door bakstenen waterslaglijsten en een zeer lage achthoekige topgeleding.
  • De boognis van de toren omvat van boven naar beneden een dubbele ingang, een spitsboogfries als achtergrond en verbinding voor drie baldakijnbeelden (waarvan de middelste van een Christus Koning beeld is voorzien), en een rijk getraceerd spitsboogvenster.
  • Begin jaren tachtig is de toren, die kort daarvoor eigendom is geworden van de gemeente Almelo, gerestaureerd o.l.v. D.Wijma, architect te Velp.

PLATTEGROND ST.-GEORGIUSBASILIEK

PlattegrondBasiliek

  1.  Gotische doopvont (14e eeuw)
  2. Boven altaar hangt triomfkruis (Mengelberg uit St.-Martinuskerk Utrecht.)
  3. Hoofdaltaar (Mengelberg) Geflankeerd door conopeum en tintinabulum
  4. Maria altaar. (Mengelberg 1913)
  5. Jozef altaar.(J & H..Brom 1915)
  6. Doopvont (uit oude kerk)
  7. Hart van Christus (Mengelberg 1910)
  8. Maria met Rozenkrans (Mengelberg 1910)
  9. Theresia van Lisieux (Brom 1929)
  10. Mariabeeld (G.van Kalken 1912)
  11. Antonius van Padua (G. van Kalken)
  12. -Georgius (G. van Kalken 1913)
  13. Gerardus Majella
  14. Glasmozaïeken (Mw.N.Wolfs-van Hessen 1980-1990) Ingewijd 2001
  15. Kruiswegstaties (F.H.Bachg; Gron. 1921)

A.  Kruisbeeld (N.Witteman) brons op hout t.g.v.150 jaar St.-Georgiusparochie
B.  Dagkapel met glas-in-lood raam uit oude .kerk(1860). Tevens glasmozaïeken

De neogotische rooms-katholieke KRUISBASILIEK, St.-Gegorius, is in 1901-1902 gebouwd naar een ontwerp van de architect W. te Riele Gzn.

De kerk is een rijksmonument en werd in 2009 door paus Benedictus XVI tot basilica minor verheven. In de westgevel van de kerk zijn de namen ingekrast van degenen die destijds de bouw van de kerk mede hebben gefinancierd. Het interieur van de kerk is in de jaren vijftig gerestaureerd waarbij de oorspronkelijke muurschilderingen zijn verwijderd en de muren en pijlers van een witte pleisterlaag zijn voorzien. De glas-in-loodvensters in het koor zijn vervaardigd door het atelier F.Nicolaas en Zonen. Het grote gebrandschilderde glas-in-loodraam boven de ingang (1928) is van de hand van Jos ten Horn.

Het oorspronkelijke hoofdaltaar en het Maria-altaar uit het atelier van F.W. Mengelberg zijn nog in de kerk aanwezig, evenals de op linnen geschilderde staties van Bachg (1921) en enige gepolychromeerde beelden van Gustaf Kalkar (jaren dertig). De koperen altaardeuren, kandelaars en borden (1934) zijn afkomstig van het atelier Brom uit Utrecht. Het carillon, het eerste in Twente, is in 1927 aangebracht en in de oorlog deels afgevoerd, maar na de oorlog gecompleteerd. Het laatgotische zandstenen doopvont (nu wijwaterbak) dateert waarschijnlijk uit de veertiende eeuw en is afkomstig uit de Grote kerk op het kerkplein. De kerk staat in het centrum van Almelo met de voorgevel (Z) aan de Boddenstraat. De naastgelegen pastorie (W) dateert uit 1864 en is door de vele wijzigingen voor de bescherming van ondergeschikt belang. Deze staat op de gemeentelijke monumentenlijst.


Omschrijving
Driebeukige kruisbasiliek van acht traveeën met een vijfzijdig gesloten koor en transept en een toren tussen vijfzijdige kapellen tegen de voorgevel (Z).

De samengestelde zadel-schilddaken en lessenaardaken, de ingesnoerde achtkantige spits van de toren en de smalle spits van het vieringtorentje zijn gedekt met leien in Maasdekking. De sacristie (thans dagkapel) tegen de westgevel heeft een zadeldak. De in bruine baksteen opgetrokken gevels zijn tussen de spitsboogvensters geleed door steunberen die boven de lage zijbeuken alternerend overgaan in luchtbogen. De vensters hebben een bakstenen tracering en zijn alle bezet met glas-in-loodramen. De vier bouwlagen van de toren worden telkens door een uitkragende natuurstenen cordonlijst afgesloten. De hoofdentree tot de kerk bevindt zich op de begane grond in de voorgevel (Z) van de toren. De twee dubbele opgeklampte deuren met grote siersmeedijzeren gehengen zijn gevat binnen een zandstenen lijst. Boven de ingang een beeld van Christus tussen spaarvelden met een gemetselde tracering van gele baksteen onder spitsbogen. In de tweede laag spitsboogvensters, in de derde laag spaarvelden met uitgemetselde bakstenen tracering onder dubbele segmentbogen en in de vierde spitsboogvensters. Op de achtzijdige lantaarn onder de spits aan vier zijden wijzerplaten. In de dakschilden van de kerk en de spits van de toren kleine kajuitjes onder schilddakjes. De kerk heeft inwendig wit gepleisterde wanden en spitsbogen onder een gepleisterd kruisribgewelf. De vensters in de lichtbeuken zijn aan de onderzijde voorzien van een uitgemetseld spitsboogfries.


Waardering
Neogotische kruisbasiliek.
Van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang.

  • als exponent van de hausse in de bouw van katholieke kerken na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, die in Twente lang heeft doorgewerkt
  • vanwege de neogotische bouwstijl die kenmerkend is voor het vroege werk van W. te Riele Gzn. en voor de katholieke kerkenbouw in de tweede helft van de negentiende eeuw
  • vanwege de gave interieuronderdelen
  • vanwege de beeldbepalende situering in het centrum van Almelo
  • vanwege de uitwendige gaafheid
Call Now ButtonPastorale Hulp en overlijden